Hoge entreeprijzen remmen museumbezoek, regionale dagattracties profiteren
In dit artikel:
Stijgende entreeprijzen bij grote pretparken en dierentuinen veranderen het vrijetijdsgedrag van Nederlanders: prijsbewuste bezoekers wijken steeds vaker uit naar voordelige, regionale parken. Dat blijkt uit het Dagattracties Merkenonderzoek 2025 van Hendrik Beerda Brand Consultancy, uitgevoerd onder 69.500 respondenten en onderdeel van een onderzoeksreeks die al vijftien jaar loopt.
Wat: Ondanks dat grote spelers als de Efteling en Beekse Bergen hun sterke positie behouden door sfeer, beleving en kindvriendelijkheid, ervaren veel bezoekers deze locaties als duur. Daarom winnen kleinschaligere en goedkopere parken aan populariteit. Opvallende budgetfavorieten in 2025 zijn Verkeers- en Attractiepark Duinen Zathe (Friesland) en Drouwenerzand Attractiepark (Drenthe); ook De Waarbeek, Sprookjeswonderland en ZooParc Overloon scoren goed voor de portemonnee.
Wie en waar: De Efteling blijft het meest geliefde uitje vanwege continue nieuwe topattracties, gevolgd door Beekse Bergen, Ouwehands Dierenpark en Madurodam in reputatie. De ranglijsten zijn gebaseerd op geholpen bekendheid, waardering en binding; daarnaast zijn er aparte lijsten voor ontspanning en leerzame attracties.
Musea, ooit het betaalbare alternatief voor dure parken, verliezen dat kostenvoordeel. In de top tien van goedkoopste dagattracties verschijnt in 2025 nog maar één museum. Entreeprijzen stijgen ook in de museumsector, waardoor veel bezoekers afgeschrikt raken. Onderzoekers wijzen op een gemiste kans: ruim anderhalf miljoen Nederlanders hebben een Museumkaart, maar musea communiceren onvoldoende dat kaarthouders vaak gratis kunnen binnenkomen — vooral grote instellingen zouden daar direct van profiteren.
Leerzame toppers in 2025: het Anne Frank Huis, het Rijksmuseum en het Van Gogh Museum (met een opvallende opmars), gevolgd door het Spoorwegmuseum en Naturalis. Het onderzoek meet naast bekendheid en waardering ook merkpersoonlijkheid, prestaties, bezoekintentie en groeipotentieel aan de hand van 38 criteria.
Waarom dit belangrijk is: de markt polariseert langzaam door prijsdruk; aanbieders met sterke merkwaarden en continue vernieuwing blijven populair, maar prijsbewuste gezinnen kiezen vaker voor eenvoudiger, goedkopere alternatieven. Voor musea ligt er ruimte om via betere communicatie en benutting van de Museumkaart bezoekers terug te winnen.