Museumbezoek blijft achter bij niveau van vóór corona

vrijdag, 19 december 2025 (18:21) - Backseaters

In dit artikel:

In 2024 werden in Nederland bijna 32 miljoen museumbezoeken geregistreerd, hetzelfde aantal als in 2023 maar ongeveer 2 miljoen minder dan in 2019, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De daling is zichtbaar in alle leeftijdsgroepen, maar is het grootst onder 65-plussers: zij deden in 2024 goed voor 7,1 miljoen bezoeken, bijna een vijfde minder dan vijf jaar eerder, ondanks dat deze leeftijdsgroep juist is gegroeid.

Toeristen vertegenwoordigden 28 procent van de bezoeken (ongeveer 8,8 miljoen), maar ook dat aantal blijft bijna 15 procent achter bij het niveau van vóór de coronapandemie. Dat staat in schril contrast met andere toeristische cijfers: buitenlandse overnachtingen in Nederlandse accommodaties lagen in 2024 juist boven het niveau van 2019.

Wat betaalgedrag betreft: bij bijna 12 miljoen bezoeken werd de volle prijs betaald — nog onder het pre-coronaniveau — en bezoeken met korting namen relatief sterker af. De Museumkaart werd iets vaker gebruikt en het aantal gratis bezoeken steeg. Gemiddeld lag de prijs van een museumkaartje in 2024 ruim 20 procent hoger dan in 2019, min of meer in lijn met de inflatie; kinderkaartjes werden relatief het meest duurder (meer dan 25 procent), waarbij de grootste prijsstijgingen vooral direct na 2019 plaatsvonden, terwijl tarieven voor volwassenen en senioren vooral na 2021 verder opliepen.

De cijfers geven aan dat het herstel van musea ongelijk verloopt: binnenlandse, vooral oudere bezoekers en buitenlandse museumbezoekers zijn minder snel teruggekeerd dan andere toeristen. Voor musea betekent dit een blijvende uitdaging om zowel oudere doelgroepen als internationale bezoekers weer te activeren, bijvoorbeeld via toegangsbeleid, marketing of aanbodaanpassing.